Mieren Mollen Emelten

Mierenhoop in gras: snel aanpakken en terugdringen in 7 stappen

Close-up van een mierenhoop in een NL-gazon met zandbultjes tussen groen gras

Een mierenhoop in je gras is vervelend, maar je kunt er vandaag nog iets aan doen. De meeste mierenhoopjes in een Nederlands gazon zijn niet gevaarlijk voor je gras als je snel handelt: veeg de zandhoopjes weg, maak de grond wat vochtiger en zorg voor een dichtere grasmat. Door het zand in te vegen, voorkom je ook dat er oranje stof op gras achterblijft, wat vaak ontstaat bij losse grond en opgedroogde gangetjes mierenhoopjes. Bij een flinke aantasting heb je wat meer werk, maar het herstel is heel goed te doen zonder zware middelen.

Hoe herken je een mierenhoop in het gras (en is het echt van mieren?)

Close-up van kleine zandbultjes in het gras, met vaag een grotere hoop op de achtergrond voor vergelijking.

Een mierenhoop in het gras herken je aan kleine, losse zandbultjes of aardhoopjes die verspreid over je gazon staan. Ze lijken wat op molshopen, maar zijn véél kleiner: vaak niet groter dan een paar centimeter hoog en een handvol centimeter breed. Ze lijken wat op molshopen, maar zijn véél kleiner: vaak niet groter dan een paar centimeter hoog en een handvol centimeter breed oranje mieren in het gras. Het zand of de losse grond die je ziet, is materiaal dat de mieren vanuit hun gangen onder de grasmat omhoog hebben gewerkt.

Twijfel je of het mieren zijn? Pak een stokje en prik even voorzichtig in het bultje. Bij een mierennest zie je direct veel activiteit: kleine mieren die snel wegrennen, soms met eitjes of larven. Ook zie je dan een opening of gangetjes eronder. Is er geen activiteit en is de grond gewoon los of ongelijkmatig, dan kan het ook gewoon een plek zijn waar regenwormen of andere bodemdiertjes hebben gegraven.

In Nederland zijn het vooral de gewone zwarte tuin- of wegmier (Lasius niger) en soms de gele weidemier die in gazons nesten bouwen. Je ziet ze het meest actief van april tot en met september, met een piek in de warmere maanden mei tot augustus. Let ook op mieren die in een vaste route over je gazon lopen: dat is een betrouwbaar teken dat er een nest in de buurt zit. Heb je roodgekleurde mieren gezien? Dan kan het om rode bosmieren gaan. Die zijn beschermd en mag je niet met pesticiden bestrijden.

Waarom kiezen mieren jouw gazon?

Mieren zoeken een plek die droog, warm en stabiel is. Een gazon dat net iets te droog staat, bijvoorbeeld door weinig beregening of een droge zomer, is voor mieren ideaal. Ze graven het liefst in lichte, zanderige grond die gemakkelijk te verplaatsen is. Verdichte bodem of zware klei vermijden ze liever, al zie je ze ook wel op kleiachtige bodems als die in de zomer uitdroogt en scheurt.

Kale of dunne plekken in het gazon zijn extra aantrekkelijk: de zon warmt de grond direct op en er is weinig weerstand van wortels. Als je gazon open plekken heeft door slijtage, schade of slechte grasgroei, geef je mieren eigenlijk een welkome uitnodiging. Dat verklaart ook waarom je na een droge zomer of een koude winter ineens meer mierenhoopjes ziet dan in een jaar met regelmatige neerslag.

Wat mieren wel en niet doen aan je gras

Grasmat licht opgetild; mieren-gangen zichtbaar onder intact gras in een rustige tuin

Mieren zijn op zichzelf geen parasiet van gras: ze eten geen graswortels of -bladen. De schade die ze aanrichten, is indirect. Door hun gangen onder de grasmat te graven, komt de grond los te liggen. Grasplanten verliezen daardoor contact met de bodem, drogen sneller uit en kunnen afsterven. Tegelijk stapelen de zandhoopjes op het oppervlak het gras af: de zaadjes en jonge spruiten stikken eronder en de grasmat wordt ongelijkmatig. Als je vooral mieren onder gras ziet verschijnen, is het belangrijk om eerst te bepalen of het om een nest gaat en waar het zit.

Bij een klein nestje in de hoek van je gazon hoef je niet in paniek te raken: de schade blijft beperkt. Maar bij meerdere nesten of een grote kolonie kunnen er echte kale plekken ontstaan. Die kale plekken trekken dan op hun beurt opnieuw mieren aan, en zo kom je in een vicieuze cirkel. Het is dus slim om vroeg in te grijpen, al hoef je echt niet meteen naar een flesje gif te grijpen.

Direct ingrijpen: de mierenhoop aanpakken zonder het gras te slopen

Hieronder vind je een praktisch stappenplan voor directe aanpak. Begin met de minst ingrijpende stap en schaal op als dat nodig is.

  1. Veeg de zandbultjes plat. Gebruik een bezem, een hark of de achterkant van een riek om de zandhoopjes over het gazon uit te spreiden. Doe dit bij droog weer zodat het zand niet samenklontert. Dit alleen al geeft het gras eronder direct meer licht en lucht.
  2. Bewater de plek goed. Mieren zijn dol op droge grond. Geef de plek met de mierenhoop een flinke beurt water, meerdere dagen achter elkaar. Gebruik een tuinslang of sproeier en maak de toplaag echt vochtig (niet alleen het oppervlak). Mieren vinden een vochtige omgeving onaangenaam en zullen het nest liever ergens anders heropbouwen.
  3. Verstoor het nest regelmatig. Prik elke dag even met een riek of schoffel door de opening van het nest. Door de gangen te verstoren, raken de mieren de stabiliteit kwijt. Gecombineerd met beregening werkt dit als een effectieve verjaagmethode zonder gif.
  4. Kokend water als noodmiddel. Giet voorzichtig kokend water recht in de nestopening. Dit doodt de mieren in de directe omgeving van het nest. Let op: doe dit alleen als je er zeker van bent dat er geen regenwormgangen of nuttige bodemdiertjes in de buurt zijn, en wees voorzichtig met het gras eromheen want heet water beschadigt ook gras.
  5. Egaliseer de grond na de aanpak. Rol de plek licht aan met een tuinwals of druk de loszittende grasmat handmatig aan. Zorg dat de grasplanten weer goed contact maken met de bodem zodat ze kunnen herstellen.
  6. Herstel kale plekken direct. Strooi grasmaaisel of bijzaai-graszaad over kale plekken en dek af met een dun laagje potgrond of compost. In mei (nu de bodemtemperatuur boven de 10°C is) kiemt graszaad goed.

De bodem verbeteren zodat mieren minder snel terugkomen

Belucht en topdressed gazon met zichtbaar losgemaakte grond en een dun laagje topdressing.

Een stevige, goed gevuld gazon met een vochtige, levende bodem is voor mieren veel minder aantrekkelijk. Dit zijn de structurele maatregelen die ik zelf toepas en die echt het verschil maken op de langere termijn.

Beluchten en verticutten

Verdichte grond droogt snel uit en biedt weinig weerstand aan gravende mieren. Door te beluchten (met een gazonluchter of prikrollen) maak je de bodem losser en verbeter je de waterinfiltratie. De beste periodes hiervoor zijn april tot mei in het voorjaar, en september tot oktober in het najaar. Verticutten, het verwijderen van mos en vilt uit de grasmat, doe je het beste van half april tot half mei of in het vroege najaar. Een schone, actieve grasmat staat dichter en laat minder makkelijk ruimte voor nestvorming.

Topdressing en zand corrigeren

Heb je na de mierenbestrijding kuiltjes of ongelijkmatige plekken in je gazon? Egaliseer die met een dunne laag zand of zand-compostmengsel (maximaal 1 cm per keer). Voor een kuil van 2 bij 2 meter heb je ruwweg 40 kilo zand nodig om 1 cm op te vullen. Work het zand na het strooien in met een borstel of bezem zodat het gras er doorheen blijft steken, en geef daarna water zodat het inzakt.

Watergift en maaibeheer

Consequent bewateren is één van de eenvoudigste manieren om mieren te ontmoedigen. Geef je gazon bij droog weer twee tot drie keer per week een flinke beurt (liefst 's ochtends), zodat de toplaag vochtig blijft. Maai je gras niet te kort: een maaihoogte van 4 tot 5 centimeter houdt de bodem koeler en vochtiger. Hoe langer het gras, hoe minder aantrekkelijk de bodem voor mieren is.

Bijzaaien en gazon verdichten

Een dichte grasmat is de beste bescherming. Zaai kale plekken bij in het voorjaar (april/mei) of in de nazomer (augustus/september), want dan kiemt graszaad het beste bij Nederlandse weersomstandigheden. Strooi iets extra zaad dan je denkt nodig te hebben, want een deel kiemt niet. Geef de ingezaaide plekken elke dag water totdat het gras 5 centimeter hoog is.

Niet-chemisch of toch een bestrijdingsmiddel: wanneer kies je wat?

Voor de meeste tuinen in Nederland is een niet-chemische aanpak meer dan voldoende. Hieronder een overzicht van de opties, van licht naar zwaar, met een korte aanbeveling erbij.

MethodeEffectiviteitVeiligheid mens/dier/bodemGeschikt voor
Regelmatig beregenenGoed bij vroege aanpakVolledig veiligAlle situaties, preventief en curatief
Nest verstoren met riek/prikkenGoed bij consistent toepassenVolledig veiligKleine tot middelgrote nesten
Kokend waterSnel, maar plaatselijkLet op omliggend gras en bodemdiertjesEenmalige noodmaatregel bij kleine nesten
Nematoden (biologisch poeder)Matig tot goedVeilig voor mens en huisdierHardnekkige gevallen, biologische aanpak
Lokdoos met imidaclopridHoog bij correcte plaatsingGebruik per nest, weg van kinderen/huisdierenAlleen bij ernstige plaag en als andere methoden falen
Sprays of strooipoederVariabelRisico voor bijen en bodem, gebruik zo min mogelijkLaatste redmiddel, volg altijd het etiket

Nematoden zijn een interessante middenweg: je mengt het poeder met water en giet het over het mierenpad of de nestomgeving. Ze zijn veilig voor mensen, huisdieren en andere bodemorganismen. Verwacht geen wonder in twee dagen, maar na een week of twee merk je duidelijk minder activiteit.

Wil je toch een chemisch middel gebruiken, kies dan voor een lokdoos die in Nederland is toegelaten (controleer het toelatingsnummer via het CTGB, het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden). Producten met imidacloprid als werkzame stof zijn in de detailhandel verkrijgbaar, bijvoorbeeld via tuincentra of bouwmarkten. Gebruik altijd één lokdoos per nest, zoals aangegeven op de verpakking, en zet de doos buiten het bereik van huisdieren en kinderen. Gooi gebruikte lokdozen weg als klein chemisch afval.

Een nadrukkelijke waarschuwing: heb je rode bosmieren in je gazon? Die zijn beschermd in Nederland. Het gebruik van pesticiden tegen deze soort is niet toegestaan. Neem bij twijfel contact op met een erkend plaagdierbestrijder.

Voorkomen dat het terugkomt: preventie en nazorg per seizoen

Na de aanpak wil je natuurlijk niet over een jaar weer op dezelfde plek staan. Dit is wat ik doe om mieren structureel te ontmoedigen, afgestemd op het Nederlandse tuinseizoen.

Voorjaar (maart tot mei)

  • Belucht de bodem in april zodat de grasmat actief en los blijft.
  • Verticut in half april tot half mei om vilt en mos te verwijderen: een schone grasmat laat minder ruimte.
  • Zaai kale plekken bij zodra de bodemtemperatuur 10°C of hoger is (meestal vanaf begin april).
  • Geef direct na het droge voorjaar een goede eerste beregening voordat het echt heet wordt.
  • Bemest in maart of april zodat het gras sterk en dicht groeit: een vol gazon is de beste barrière.

Zomer (juni tot augustus)

  • Beregend twee tot drie keer per week bij droog weer, bij voorkeur vroeg in de ochtend.
  • Maai niet lager dan 4 centimeter: hitte en droogte zijn de twee factoren die mieren aantrekken.
  • Controleer wekelijks op nieuwe zandbultjes en veeg ze direct weg voordat een nest groot wordt.
  • Gebruik geen weedkiller of grondontsmetting bij warm droog weer: beschadigde grasmat is extra kwetsbaar.

Najaar (september tot oktober)

  • Belucht in september/oktober voor de winterperiode: dit verbetert de bodemstructuur voor volgend jaar.
  • Herstel zomerstressplekken door bijzaaien in augustus of september terwijl de bodem nog warm is.
  • Egaliseer eventuele oneffenheden met een dunne laag zand-compostmengsel als topdressing.
  • Bemest in september/oktober met een herfstmestkorrel zodat het gras sterk de winter in gaat.

Winter (november tot februari)

Mieren zijn in de winter inactief, maar dit is het moment om plannen te maken. Heb je de afgelopen zomer veel last gehad van mierenhoopjes in je gras? Met name de mierenhoopjes in het gras die je nu ziet, zijn vaak een signaal om direct je gazonaanpak aan te passen mierenhoopjes in je gras. Overweeg dan om in het voorjaar te investeren in een betere bodemstructuur: meer organische stof, betere waterretentie, en een dichter en gevarieerd grazaaimengsel. Een gezond gazon heeft minder last van mieren dan een dun, uitgeput gazon. Vergeet ook niet om in het vroege voorjaar de eerste mierenactiviteit te herkennen: hoe vroeger je ingrijpt, hoe minder werk het kost.

FAQ

Werkt het om de mierenhoopjes alleen weg te vegen zonder verder te doen?

Ja, maar niet als je het nest lokaliseren en verwijderen helpt. Veeg of schraap losse zandhoopjes wel direct weg, zodat mieren minder snel nieuwe hopen kunnen opbouwen. Alleen “hopen wegvegen” werkt meestal kort, omdat de gangen onder de grasmat blijven bestaan. Combineer daarom altijd met vocht, egaliseren en (bij terugkeer) beluchten of doorzaaien.

Wat moet ik doen als ik rode mieren in mijn gazon zie?

Rode bosmieren mag je niet bestrijden met pesticiden, zelfs niet als ze in je gazon lopen. Check daarom eerst wat je ziet: als je duidelijke roodbruine mieren in een netwerk of met vaste routes hebt, ga dan uit van rode bosmieren. Het veiligste is een erkend plaagdierbestrijder inschakelen voor advies over niet-chemische opties en verplaatsing van het probleem.

Hoe kan ik zeker weten dat het echt een mierenhoop is en geen regenwormen- of andere activiteit?

Je kunt mieren of bodemdiertjes niet altijd op het oog onderscheiden. Het prikken met een stokje werkt het best als je ook even wacht en kijkt of er directe activiteit is rond een opening. Veel regenwormen of andere gravers zorgen voor losse, ongelijkmatige plekken zonder snelle “aanloop” van mieren, terwijl een nest juist korte tijd na verstoring reageert met zichtbaar mierenverkeer.

Waar moet ik een lokdoos plaatsen voor mierenhoop in gras, en kan ik meerdere plekken tegelijk doen?

Gebruik lokdozen alleen als je een redelijk duidelijke plek van het nest of hoofdpunt hebt. Als je lokdoos verspreid over meerdere plekken zet, verdwijnt het effect en trek je mieren juist verder uit elkaar. Ook is één lokdoos per nest (zoals op de verpakking) het uitgangspunt, plaats die op de looproute, niet midden op een droge, losse zandkuil waar de doos makkelijk kan verschuiven.

Hoe lang duurt het voordat lokdozen effect hebben, en wanneer weet ik dat het niet werkt?

Als je na het plaatsen van een lokdoos nog volop activiteit ziet, is dat niet per se mis. Mieren moeten eerst het aas opnemen, en dat duurt meestal minstens een paar dagen. Houd wel de plek in de gaten, en als er binnen twee weken geen afname is, is het vaak een teken dat het nest niet goed gelokaliseerd is of dat het gaat om een ander type nest dan gedacht.

Kan ik kuiltjes gewoon dik dichtgooien met zand na mierenbestrijding?

Ja, bij overdosering of herhaald storten kun je juist nieuwe problemen maken. Als je te veel zand in één keer strooit, kan de grasmat juist verstikken of verdrogen op het oppervlak. Blijf daarom bij kleine herstelrondes, niet dikker dan ongeveer 1 cm per keer, en werk het zand na het strooien goed in met een borstel of bezem zodat de grassprieten door blijven steken.

Wat is de meest gemaakte fout na een snelle aanpak tegen mierenhoopjes?

Een “verbeterde grasmat” werkt vooral als je het onderhoud consistent maakt. In de praktijk betekent dat: niet te kort maaien, in droge periodes consequent bewateren, en kale plekken tijdig bijzaaien. Als je alleen één keer in het seizoen doorzaait maar verder de bodem steeds te droog houdt, blijven mieren vaak terugkeren naar dezelfde warme, open zones.

Wanneer is beluchten of verticutten het minst riskant voor mierenhoopjes in gras?

Bij beluchten en verticutten kun je beter mikken op momenten waarop het gras snel kan herstellen. Als je in een periode verticuteert waarin het langdurig heet en droog is, kan de grasmat extra stress krijgen en ontstaan er juist meer open plekken voor mieren. Daarom zijn de genoemde periodes (voorjaar en vroeg najaar) belangrijk, en na verticutten helpt doorzaaien of extra water om het herstel te versnellen.

Citations

  1. Mieren graven gangen onder de grasmat en werken zand naar boven; daardoor komt het gras los te liggen en ontstaan kale of verdroogde plekken.

    https://gazonplus.nl/kennisbank/ongedierte/mieren-in-gazon/

  2. Waar mieren nesten maken ontstaan kale plekken doordat er grote ophopingen van zand ontstaan waardoor het gras niet meer kan overleven.

    https://www.grasengroenwinkel.nl/advies/tuinplagen-ziekten/mieren/

  3. Mieren kiezen vaak voor een gazon dat net aan de droge kant zit (bijv. door weinig sproeien/natuurlijke droogte) en dat is vooral aantrekkelijk op verdichte grond.

    https://www.tuinintopvorm.nl/gazon/gazon-mieren/

  4. Droogte/gebrek aan water in de toplaag maakt het gazon aantrekkelijk voor mieren; consequent sproeien en de bodem minder droog houden kan mieren verjagen/verstoren.

    https://www.tuinintopvorm.nl/gazon/gazon-mieren/

  5. De schade ontstaat niet alleen door ‘esthetiek’: door tunneling en opwerking van zand kan het gras loskomen en kunnen er verdroogde/kale plekken ontstaan.

    https://www.gazonplus.nl/kennisbank/ongedierte/mieren-in-gazon/

  6. Mieren zijn volgens deze bron niet per definitie ‘heel schadelijk’ voor het gras, maar bij een plaag kunnen kale plekken ontstaan door zandhoopjes op het oppervlak.

    https://www.tindemansgraszoden.nl/grasziekten/mieren-gras/

  7. Een aanpak die in deze bron wordt genoemd is: bij het nest/de mieren sporen (met o.a. takjes/schaaltjes/druppels) werkt als verjaging/verplaatsing, en men verwijst ook naar alternatieven i.p.v. meteen zware middelen.

    https://www.tuinintopvorm.nl/gazon/gazon-mieren/

  8. Een directe, niet-chemische maatregel die genoemd wordt: kokend heet water over het mierennest gieten om de gangen/mieren te verstoren (bron beschrijft dit als mogelijkheid).

    https://gazonplus.nl/kennisbank/ongedierte/mieren-in-gazon/

  9. De NVWA positioneert zich expliciet op consumentenproductveiligheid en dier-/natuurwelzijn; dit vormt het kader voor toezicht op risico’s van middelen in Nederland.

    https://english.nvwa.nl/

  10. ECHA beschrijft dat biociden (in de EU) werkzame stoffen bevatten die beoordeeld worden op veiligheid en werkzaamheid voordat ze verkocht mogen worden.

    https://echa.europa.eu/nl/information-on-chemicals/biocidal-products

  11. CTGB publiceert toelatings-/besluitinformatie voor biociden (relevant als ‘regelgevingsanker’ bij het kiezen van middelen en het checken van toelating/voorwaarden).

    https://www.ctgb.nl/binaries/ctgb/documenten/besluiten/2024/06/27/samenvatting-collegebesluiten-biociden-26-juni-2024/Samenvatting%2Bbesluiten%2BC386%2Bbiociden.pdf

  12. Een mierenlokdoos-productvermelding noemt imidacloprid als werkzame stof en geeft een toelatingsnummer (NL-0026653-0000) voor het product.

    https://www.armosa.nl/veehouderij/insecten/insecticiden-kruipende-insecten/doeltreffend-tegen-mieren-en-hun-nesten.html

  13. De AH-productinformatie vermeldt imidacloprid (0,6 mg lokmiddel per lokdoos) en als gebruiksverhouding: ‘1 lokdoos per mierennest’.

    https://www.ah.nl/producten/product/wi578143/hg-mierenlokdoos-binnen-buiten

  14. COMPO noemt het belang van verjagen/verstoren door nest regelmatig uitvoerig met water te begieten; verplaatsing is volgens de bron alleen succesvol als koningin én werksters mee verplaatst worden.

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/mieren-in-het-gazon

  15. COMPO noemt alternatieven zoals het inzetten van nematoden (als poeder met water te mengen) op mierenpad/nest/gazon.

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/mieren-in-het-gazon

  16. COMPO waarschuwt dat sommige mierensoorten, zoals de rode bosmier, beschermd kunnen zijn en het daarom niet is toegestaan ze met pesticiden te bestrijden (bron noemt dit expliciet).

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/mieren-in-het-gazon

  17. COMPO geeft aan dat verticuteren in principe kan van april tot eind oktober, met als beste periode het voorjaar (half april tot half mei).

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/gazon-verticuteren

  18. STIHL noemt als geschikte periode ‘tussen maart en september’ (afhankelijk van het weer) en noemt april/mei als ideale maanden doordat de bodem snel regenereert.

    https://www.stihl.nl/nl/tuinadvies-inspiratie/tuinonderhoud/gazononderhoud/gras-verticuteren

  19. Bosch DIY noemt dat april tot en met september een geschikt moment is om het gazon te verticuteren (praktische onderhoudsvensters).

    https://www.bosch-diy.com/nl/nl/all-about-diy/het-gazon-verticuteren-en-beluchten-dat-gaat-als-volgt

  20. Deze bron noemt beluchten (gaten maken om verdichting op te heffen) met seizoensvensters: voorjaar april–mei en najaar september–oktober.

    https://www.tuintotaalshop.nl/gazon-beluchten/

  21. Almeer Plant noemt ‘vanaf begin april’ zaaien wanneer de gemiddelde bodemtemperatuur minimaal 10°C is; ook augustus–oktober worden als ideale periodes voor aanleg genoemd (bij normale weersomstandigheden).

    https://www.almeerplant.nl/tuintips/113/gras-zaaien

  22. Voor herinzaai van kale plekken adviseert de bron bij voorkeur: voorjaar (april/mei) of nazomer (augustus/september).

    https://www.tuinengras.nl/blogs/kale-plekken-in-het-gazon-herstellen

  23. COMPO benoemt bij herstel via bijzaaien dat de herfst (september tot oktober) gebruikt kan worden voor kale/droge plekken door zomerstress.

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/gazon-herstellen

  24. Topdressing/bezanden wordt beschreven als verspreiden van een dunne laag zand; de korrels moeten via beluchting/lichte regen of irrigatie tot ongeveer de bovenste 2–3 cm van de bodem inwerken.

    https://www.tuinadvies.nl/tuininfo/tuinonderhoud-kalender/gazonverzorging/gazon-bezanden-welk-zand/

  25. De bron noemt rekenvoorbeeld/werkbaarheid: een kuil van 2×2 meter (4 m²) opvullen met 1 cm vraagt 40 kilo zand (bruikbaar voor voorbereiding bij lokale bultjes/kuiltjes).

    https://www.tuinintopvorm.nl/gazon/gazon-zand/

  26. Praxis noemt als beste momenten voor bemesting: voorjaar (maart/april), zomer (juni/juli) en najaar (september/oktober).

    https://www.praxis.nl/klusadvies/klustip/gazon-bemesten

  27. COMPO noemt ‘geur’-verleiding/val als aanpak: zoete geur/feromoonachtige loking via materiaal rond nest kan mieren aantrekken en mogelijk doen verplaatsen (bron beschrijft dit als optie met kom op het gazon).

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/mieren-in-het-gazon

  28. (EU-kader) In de productinformatiecontext benadrukt ECHA dat beoordeelde toelating/veiligheidsbeoordeling hoort bij biociden die op de markt mogen komen.

    https://turn2search10

Volgend artikel

Rode mieren in het gras: wat te doen en hoe voorkom je ze

Snel herkennen, veilig verhelpen en voorkomen van rode mieren in het gras: stappenplan, aanpak en nazorg voor NL-tuin.

Rode mieren in het gras: wat te doen en hoe voorkom je ze