Mieren Mollen Emelten

Mieren in het gras: oorzaken, schade en stappenplan

Bovenaanzicht van een gazon met mierenennesthoopjes en zandige gangopeningen, met lopende mieren in natuurlijk licht.

Mieren in het gras zijn in de meeste gevallen geen ramp voor je gazon, maar ze zijn ook geen goed teken als je er veel van ziet. Als je merkt dat er vooral veel mieren in gras zitten, is het ook slim om te kijken welke factoren het nestklimaat aantrekkelijk maken. Ze nestelen zich het liefst op warme, droge plekken in de bodem, graven gangen onder de grasmat en gooien zandhoopjes omhoog. Dat losse zand kan ervoor zorgen dat grasrootjes contact met de bodem verliezen, waarna je kale of verdroogde plekjes ziet. De oplossing begint bij begrijpen waarom ze er zitten, en dan stap voor stap de omstandigheden verbeteren zodat jouw gazon minder aantrekkelijk wordt als vestigingsplek. Een goede aanpak begint dus bij het vinden van de oorzaak van mieren in je gras: vaak gaat het om nestlocaties, maar ook om voedselbronnen in en rond het gazon oorzaak mieren in gras.

Waar komen die mieren vandaan?

Mieren houden van rust, warmte en droogte. Als jouw gazon plekken heeft die in de zomer snel uitdrogen, verdicht zijn of weinig worden verstoord, dan zijn dat ideale nestlocaties. De zwarte wegmier (Lasius niger) is de meest voorkomende soort in Nederlandse tuinen en graag geziene gast in gazons met losse, zandige ondergrond. Ze graven hun gangen het liefst op plekken die vol zon liggen en waar de bodem niet regelmatig nat wordt.

Maar nestgelegenheid alleen is niet alles. Een grote voedselbron vlakbij trekt extra kolonies aan. En die voedselbron is vaak dichter bij huis dan je denkt: bladluizen op struiken, borders of zelfs aan grassprietjes produceren honingdauw, een kleverige suikerrijke vloeistof waar mieren dol op zijn. Mieren beschermen die bladluizen actief, verplaatsen ze soms naar betere plekken en 'melken' ze regelmatig voor die honingdauw. Als je dus veel mierenactiviteit ziet in of naast je gazon, is het de moeite waard om ook de naastgelegen planten te checken op bladluizen.

Korte samenvatting van de meest voorkomende oorzaken:

  • Droge, warme en weinig verstoorde plekken in de bodem (ideaal voor nestbouw)
  • Verdichte of slecht doorlatende bodem waardoor het gazon snel uitdroogt
  • Aanwezigheid van bladluizen op nabijgelegen planten of struiken (honingdauw als voedselbron)
  • Gras dat te lang of juist te kort wordt gehouden, waardoor de bodem meer blootgesteld raakt aan warmte
  • Ophoping van organisch materiaal (vilt) in de grasmat die nestholen beschermt

Richten mieren echt schade aan in je gras?

Schadeplek in het gazon door mieren: uitgegraven gangetjes, kale open plekken en omgewoelde grasmat.

Eerlijk gezegd: bij een klein aantal mieren is de schade beperkt en zie je het nauwelijks. Maar bij grote kolonies wordt het een ander verhaal. Mieren graven uitgebreide gangenstelsels onder de grasmat. Daarbij werken ze zand naar boven, je herkent dat als kleine, platte zandhoopjes op het gazon. Dat zand bedekt grasplantjes, versmacht ze langzaam en doorbreekt het contact tussen de grassprietjes en de vochtige bodem. Gevolg: kale plekken, geel verkleurd gras of plekken die bij droogte meteen bezwijken.

Naast directe graafschade is er een indirecte kant: mieren die bladluizen beschermen en verspreiden zorgen ervoor dat een bladluizenplaag langer aanhoudt en zich verder verspreidt. Dat is op den duur schadelijker voor je tuin als geheel dan de nestplekken in het gras zelf. Zie je dus mieren en merje tegelijkertijd dat bepaalde planten er slecht bijstaan of kleverige, glanzende bladeren hebben, dan is dat een signaal dat de mieren en bladluizen samenwerken.

Overigens: mieren zijn ook nuttige dieren. Ze luchten de bodem op en eten andere insecten. Het gaat er bij gazonzorg om dat je de balans terugvindt, niet dat je ze allemaal elimineert.

Mieren herkennen en lokaliseren in je gazon

Ga eens op je knieën zitten en kijk goed. De meeste signalen zijn heel concreet als je weet waar je op moet letten.

  • Platte zandhoopjes op het gazon, vaak op zonnige plekken: dit zijn de opgeworpen gangenstelsels van een mierennest
  • Kleine gaatjes in het gazon, zichtbaar tussen de grassprietjes: de ingangen van nestholen
  • Gras dat los aanvoelt of bij trekken weinig weerstand geeft: de grasmat is van de bodem losgemaakt door graafactiviteit
  • Kale of verdroogde plekken die niet overeenkomen met schaduw of slechte wateropname: mogelijk door zand dat grasplantjes bedekt
  • Drukke mierenactiviteit op warme middagen: mieren zijn dan het meest zichtbaar actief
  • Kleverige of glanzende bladeren op nabijgelegen struiken of borders: een teken van honingdauw door bladluizen

Let op dat je mierenschade niet verward met andere problemen. Kale plekken kunnen ook komen van larven van de langpootmug, schimmels of simpelweg droogte. Bij mieren zie je altijd die karakteristieke zandhoopjes en de mieren zelf lopen er druk rond. Mierenhoop in gras zie je vaak bij dezelfde nestlocaties waar ze graag rust en warmte zoeken. Is er geen enkel insect te bekennen maar wel kale plekken, zoek dan ook naar andere oorzaken.

Als je rode of oranje mieren ziet in plaats van de gewone zwarte, kan het om een andere soort gaan. Rode mieren zijn in het algemeen wat agressiever en hun nesten zijn anders opgebouwd. Rode mieren in het gras herken je vaak aan extra agressief gedrag en een afwijkende nestopbouw, dus kijk ook gericht naar de soort als je veel activiteit ziet. Ook de specifieke nesthopen die je soms in gazon aantreft kunnen per soort verschillen in vorm en omvang.

Wat je vandaag nog kunt doen: nestplekken verstoren en het gazon minder aantrekkelijk maken

Gazonmaaier die net langs een mierennest rijdt, met verstoorde aarde en grasresten op het gazon.

Het goede nieuws: je kunt vandaag al beginnen met het verstoren van de mieren zonder meteen naar een fles bestrijdingsmiddel te grijpen. Mieren houden van rust. Verbreek die rust en ze verplaatsen zich.

  1. Maai het gazon: maaien verstoort de rust in en rondom nestholen direct. Gebruik je grasmaaier over de plekken waar je nesten vermoedt. Dit alleen al zorgt er regelmatig voor dat mieren besluiten ergens anders heen te gaan.
  2. Veeg of harkt de zandhoopjes plat: doe dit vóór het maaien. Gooi het zand niet weg maar verdeel het over het gazon. Zo geef je de bedolven grasplantjes weer licht en lucht.
  3. Geef het gazon goed water op de nestplekken: mieren haten vochtige grond. Een grondige waterbeurt (diep genoeg, minimaal 10-15 minuten per plek) maakt de nestomgeving oncomfortabel.
  4. Verwijder of bewerk de nestplaats mechanisch: prik met een vork diep in de grond rondom het nest om gangen te doorbreken. Dat klinkt eenvoudig, maar het werkt verrassend goed als je het een paar keer herhaalt.
  5. Bekalk of bemest de plek licht: mieren mijden actieve, voedselrijke bodems. Een lichte kalkgift of strooimest kan de omgeving minder geschikt maken.
  6. Pak bladluizen aan op nabijgelegen planten: zolang er een rijke honingdauwbron vlakbij zit, heeft het maar beperkt zin om alleen de nestplekken aan te pakken. Spuit bladluizenplekken af met een waterstraal of behandel ze biologisch.

In mijn eigen tuin merk ik dat een combinatie van regelmatig maaien en grondig water geven op de zonnige hoeken al veel doet. Mieren zijn pragmatisch: als een plek te druk en te nat wordt, trekken ze door. Geef het een week of twee en kijk of de activiteit afneemt.

Duurzame gazonzorg zodat ze niet terugkomen

Eenmalig ingrijpen helpt, maar als de omstandigheden in je gazon hetzelfde blijven, komen de mieren gewoon terug. De echte oplossing zit in de basisverzorging van je gras.

Maaien op de juiste hoogte

Houd je gazon op een hoogte van 4 tot 5 cm voor normaal gebruiksgras. Maai niet meer dan een derde van de grasspriet per maaibeurt weg. Gras dat te kort wordt gemaaid droogt sneller uit, wat de bodem opwarmt en mieren uitnodigt. Gras dat te lang staat biedt juist beschutting voor nestactiviteit. De gulden middenweg van 4 tot 5 cm houdt de bodem koeler en vochtiger.

Verticuteren en beluchten

Verticuteerhark op een gazon die viltlaag losmaakt en donkere bodem zichtbaar maakt.

Verdichte bodem en een dikke viltlaag zijn ideale nestomstandigheden voor mieren. Verticuteren verwijdert de viltlaag en maakt de bodem losser. De beste periode is het voorjaar (half april tot half mei) of het vroege najaar (september tot oktober), bij een bodemtemperatuur van minimaal 10 graden. Doorluchten met een prikker of beluchter verbreekt ook bestaande gangenstelsels direct. Doe dit in ieder geval één keer per jaar, bij voorkeur voorjaar als je merkt dat er mierenactiviteit is.

Water geven: regelmatig en diep

Oppervlakkig water geven helpt niet. Geef je gazon liever twee keer per week een grondige waterbeurt dan elke dag een beetje. Diep water geven zorgt dat de bodem op diepere lagen vochtig blijft, wat mieren minder aantrekkelijk vinden als nestlocatie. In droge zomers is dit extra belangrijk, want droge periodes zijn precies het moment dat mierenkolonies in gazons exploderen.

Bemesting en bodemverbetering

Een gezond, regelmatig bemest gazon heeft een dichtere grasmat die mieren minder ruimte geeft om te nestelen. Gebruik compost of een gazonmestkorrel in het voorjaar en najaar. Compost verbetert ook de bodemstructuur, waardoor het gazon beter vocht vasthoudt en minder snel uitdroogt op warme plekken.

Dit verband wordt door veel tuiniers onderschat. Mieren en bladluizen hebben een echte symbiose: mieren beschermen de bladluizen tegen natuurlijke vijanden zoals lieveheersbeestjes, en in ruil daarvoor leveren de bladluizen honingdauw als voedsel. Mieren verplaatsen bladluizen soms zelfs actief naar planten die meer sap aanmaken, inclusief planten die grenzen aan of in het gazon staan. Honingdauw is goed herkenbaar: bladeren en stengels voelen kleverig aan en hebben een glanzende laag.

Wil je mieren structureel minder in je gazon, controleer dan elk voorjaar en elke zomer de naastgelegen borders, hagen en struiken op bladluizen. Aanpakken van bladluizen (met een waterstraal, groene zeep of biologische middelen) vermindert het voedselaanbod voor mieren en maakt jouw tuin minder aantrekkelijk als mierenterritorium.

Nog een punt: niet elk probleem in je gras wordt veroorzaakt door mieren. Kale plekken kunnen ook wijzen op larven van de langpootmug, die aan grassprietjes vreten vlak onder het grondoppervlak. Bij die schade zie je geen zandhoopjes en geen mieren. Als je twijfelt, schep een stukje bodem op en kijk of je witachtige larfjes vindt. Dat is een heel andere aanpak dan mierenbestrijding.

Bestrijden met middelen: wat werkt veilig in Nederland en wanneer niet

Mijn advies: ga pas naar middelen als de niet-chemische aanpak na twee tot drie weken geen resultaat geeft, of als je te maken hebt met een uitzonderlijk grote kolonie die echte schade veroorzaakt. In de meeste gevallen is chemische bestrijding in een gazon niet nodig en ook niet wenselijk, omdat je het ecosysteem van je bodem niet onnodig wilt verstoren.

Biologische bestrijding: aaltjes

Groene gazonrand met een steenachtige verpakking met aaltjes en een gieter die water op de bodem giet

De meest milieuvriendelijke optie voor mieren in gras is het inzetten van aaltjes, specifiek Steinernema feltiae. Deze microscopisch kleine bodemorganismen zijn parasitair voor mieren en hun larven, maar onschadelijk voor mensen, huisdieren en andere bodemorganismen. Je zet ze uit door ze te mengen met water en over het gazon te sproeien. Zorg dat het gazon vóóraf goed vochtig is, want de aaltjes hebben vocht nodig om te bewegen en actief te zijn. Volg de doseerinstructies op basis van het oppervlak dat je behandelt. Dit is mijn eerste keuze als ik echt wil ingrijpen.

Chemische lokmiddelen

Als je toch voor een chemisch middel kiest, zijn mierenlokdoosjes de veiligste optie. Producten als Maxforce Quantum bevatten imidacloprid als werkzame stof in een visceus lokaas. De mieren nemen het lokmiddel mee naar het nest, waarna de kolonie geleidelijk afsterft. Het middel werkt minimaal 12 weken en is effectief tegen onder andere de zwarte wegmier (Lasius niger). Gebruik een gesloten lokdoos, nooit open korrels strooien in het gazon. Belangrijk: imidacloprid is giftig voor waterorganismen. Plaats lokdoosjes nooit vlakbij sloten, vijvers of andere waterpartijen en zorg dat het middel niet via regenwater kan wegspoelen. Raadpleeg altijd de bijsluiter en houd je aan de wettelijke gebruiksvoorschriften.

Wanneer geen bestrijdingsmiddelen gebruiken

  • Als de kolonie klein is en er nauwelijks zichtbare schade is aan het gazon
  • Direct na het inzaaien of herinzaaien van gras (bodem is dan kwetsbaar)
  • Bij droog weer wanneer middelen snel verdampen of wegspoelen
  • Als je tuin grenst aan oppervlaktewater: het risico op verspreiding is te groot
  • Als je huisdieren of kinderen hebt die regelmatig in het gras spelen: wacht tot het middel volledig is opgenomen

Wanneer een professional inschakelen

In de meeste gevallen kom je er zelf uit. Maar overweeg een professional als je te maken hebt met een uitzonderlijk grote kolonie die een groot deel van je gazon ondermijnt, als je te maken hebt met een onbekende of mogelijk agressieve mierensoort, of als je vermoedt dat er structurele bodemproblemen spelen zoals ernstige verdichting of slechte drainage die door mierenactiviteit worden verergerd. Een goede hovenier of ongediertebestrijder kan ook de soort determineren en een gerichte aanpak adviseren die past bij jouw specifieke situatie.

MethodeGeschikt voorMilieuvriendelijkResultaat na
Verstoren + water gevenKleine tot middelgrote koloniesJa1-2 weken
Verticuteren + beluchtenPreventie en actieve nestenJaDirect effect op nesten
Aaltjes (Steinernema feltiae)Middelgrote tot grote koloniesJa2-4 weken
Lokdoos (imidacloprid)Grote of hardnekkige koloniesMatig (giftig voor water)2-6 weken
Professional inschakelenUitzonderlijke overlast of onbekende soortAfhankelijk van aanpakVariabel

FAQ

Hoe lang duurt het voordat maatregelen tegen mieren in het gras effect hebben?

Als je vooral nestlocaties verstoort (maaien, beluchten of intensief water geven), zie je meestal binnen 1 tot 3 weken minder activiteit. Blijft de oorzaak ongewijzigd (warme, droge en verdichte plekken, of veel bladluizen), dan keren mieren vaak daarna terug, soms in dezelfde zones.

Moet ik mieren behandelen als ik bijna geen zandhoopjes zie, maar wel veel lopende mieren?

Zonder zandhoopjes is het minder waarschijnlijk dat er veel nestschade ontstaat. Toch kan het alsnog gaan om een nest net onder de grasmat of om mieren die vooral naar voedselbronnen lopen. Controleer daarom naast het gazon op bladluizen en let op kleverige, glanzende bladeren.

Kan ik mieren bestrijden door alleen te maaien?

Regelmatig maaien helpt indirect, maar het verstoort het nest meestal niet genoeg. Combineer maaien met bodemverbetering, zoals beluchten/doorluchten en zorgen voor diepere watergiften. Alleen kort maaien of te oppervlakkig water geven kan juist een warmere, drogere toplaag creëren die mieren aantrekt.

Hoe kan ik zeker weten of kale plekken door mieren komen?

Kijk specifiek naar zandhoopjes en mierenactiviteit rondom de kale plekken. Bij mieren zie je doorgaans ook dat grasplantjes bedekt raken met los zand. Komen de kale plekken opzetten zonder mieren en zonder zandhoopjes, dan is het vaker werk van andere oorzaken zoals larven van de langpootmug of schimmel/droogtestress.

Werken aaltjes in natte periodes ook goed?

Aaltjes (Steinernema feltiae) werken alleen optimaal als het gazon vooraf goed vochtig is en er voldoende vocht blijft zodat ze kunnen bewegen. Bij langdurige regen of bij te natte grond is de effectiviteit minder voorspelbaar, en bij langdurige droogte worden ze minder actief. Kies daarom een geschikt moment en volg de instructies op het etiket.

Kan ik aaltjes combineren met verticuteren of beluchten?

Je kunt ze combineren, maar timing is belangrijk. Als je net belucht of verticuteert, is de bodem tijdelijk anders van structuur, en dat kan de verspreiding van aaltjes beïnvloeden. Wacht bij voorkeur tot de bodem weer in een stabiele, vochthoudende toestand is, zodat de aaltjes niet uitdrogen voordat ze hun werking doen.

Zijn rode mieren in het gras altijd een reden om meteen een bestrijdingsmiddel te gebruiken?

Niet automatisch. Rode mieren kunnen agressiever gedrag hebben, maar ook dan geldt eerst: pak de omstandigheden aan (verdichting, viltlaag, waterregime) en controleer op voedselbronnen zoals honingdauw. Ga pas naar middelen als de overlast groot is of als niet-chemische maatregelen na een paar weken geen effect hebben.

Wat is een veilige manier om bladluizen aan te pakken zonder meteen mieren te verplaatsen?

Begin met gericht wegspoelen met een waterstraal en herhaal dit als er snel nieuwe bladluizen verschijnen. Als je middelen gebruikt, kies dan een aanpak die vooral de bladluizen treft en niet het hele gazon structureel verstoort. Zodra het voedselaanbod daalt, neemt de aantrekkingskracht voor mieren doorgaans af.

Waarom is oppervlakkig water geven vaak juist niet genoeg?

Oppervlakkig water blijft vooral in de bovenlaag, waardoor die sneller opwarmt en uitdroogt zodra de zon terugkomt. Mieren nestelen graag op warme, droge plekken. Door 2 keer per week diep te geven wordt vocht naar lagere bodemlagen getrokken, waardoor de nestcondities ongunstiger worden.

Kan ik mierenlokdoosjes buiten het gazon plaatsen, bijvoorbeeld bij borders?

Ja, dat is vaak zelfs verstandiger als de mieren daar hun voedsel halen of routes lopen. Plaats lokdoosjes wel in een gesloten variant (geen open strooikorrels) en vermijd plaatsing dicht bij waterpartijen. Houd rekening met regen en zet ze zo dat het lokaas niet via afstromend water kan wegspoelen.

Is chemische mierenbestrijding in een gazon toegestaan en wanneer is het echt nodig?

In de praktijk is het vooral nodig bij uitzonderlijk grote kolonies of wanneer directe schade en overlast aanhoudend zijn. Volg altijd de wettelijke gebruiksvoorschriften op het product en overweeg eerst de niet-chemische route (verstoren, bodem verbeteren, bladluizen aanpakken). Als je vooral veel mieren ziet zonder echte schade, is een chemische aanpak meestal niet de beste eerste stap.

Wanneer moet ik een hovenier of ongediertebestrijder inschakelen?

Zeker bij een groot deel van het gazon dat ondermijnd wordt, als je een onbekende of mogelijk agressieve soort vermoedt, of als je structurele bodemproblemen hebt zoals ernstige verdichting of slechte drainage. Een professional kan de soort determineren en gericht adviseren, vaak met een combinatie van bodemmaatregelen en selectieve bestrijding.

Citations

  1. Mieren kunnen onder de grasmat graven en gangen maken; daarbij werken ze zand naar boven, waardoor het gras losser komt te liggen en je kale/verdroogde plekken krijgt.

    https://gazonplus.nl/kennisbank/ongedierte/mieren-in-gazon/

  2. Mierennesten in de tuin zijn vaak herkenbaar als platte hoopjes zand op zonnige, droge plekken en kleine gaatjes in het gazon.

    https://www.compo.nl/advies/ziekten-plagen/ongewenste-gasten/mieren

  3. Overlast/impact op gazon ontstaat doorgaans bij grote kolonies: je kunt dan o.a. kale plekken in het gras zien en het systeem kan ook samenhangen met bescherming/aanwezigheid van bladluizen.

    https://www.tuinadvies.nl/tuininfo/plagen-ziekten/ongediertebestrijding/mieren-in-gazon/

  4. Maaien en bemesten/bekalken kunnen mieren verstoren zodat ze zich verplaatsen; de nadruk ligt op verstoring van rust en bodem-/groeiomstandigheden.

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/mieren-in-het-gazon

  5. Bladluizen veroorzaken honingdauw: dit is een kleverige vloeistof die de luizen produceren.

    https://www.nieuwegein.nl/wonen-en-leefomgeving/groen/ziekten-en-plagen/bladluizen

  6. Van verschillende mierensoorten is bekend dat ze bladluizen beschermen (en soms verplaatsen naar betere locaties) en die vervolgens “melken” voor honingdauw.

    https://www.kad.nl/kennisbank/dierplagen/luizen/bladluizen/

  7. De ‘betekenis van honingdauw’ is dat het voedsel is voor o.a. mieren; er wordt ook beschreven dat honingdauw/luizen een rol spelen in interacties met mieren.

    https://www.bestuivers.nl/Portals/5/Publicaties/Wespen_en_mieren_hoofdstukken/NederlandseFauna6_compleet.pdf

  8. Mieren profiteren vooral van rust, droogte en beschikbare voedselbronnen; dit helpt verklaren waarom ze in bepaalde gazonplekken opduiken.

    https://gazonplus.nl/kennisbank/ongedierte/mieren-in-gazon/

  9. Voor ‘gewoon gebruiksgazon’ wordt een maaistreefhoogte van ongeveer 4 tot 5 cm genoemd en als vuistregel: verkort de halmen met slechts 1/3 per maaibeurt.

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/gras-maaien

  10. COMPO noemt als algemene periode: je gazon kan in principe van april tot eind oktober verticuteren; de beste periode wordt specifiek gelegd bij het voorjaar (half april tot half mei).

    https://www.compo.nl/advies/plantenverzorging/gazon/aanleggen-en-verzorgen/gazon-verticuteren

  11. Er wordt als richtlijn genoemd: verticuteren in april-mei of september-oktober, waarbij de bodem minimaal ca. 10°C moet zijn (zoals in de bron beschreven).

    https://www.graszodenkopen.nl/gazon-verticuteren/

  12. WUR-publicatie vermeldt dat (andere) plaaginsecten als de langpootmug larven schade kunnen veroorzaken aan de grasmat, relevant als ‘verwarring’ met mieren-achtige schade/kaalheid.

    https://research.wur.nl/en/publications/larf-langpootmug-veroorzaakt-schade-grasmat-2/

  13. Maxforce® Quantum is een visceus lokmiddel met werkzame stof imidacloprid; het lokaas blijft minstens 3 maanden zacht en houdt minimaal 12 weken effect (zoals vermeld op productpagina).

    https://www.nl.envu.com/Pest-Management/Producten/Maxforce-Quantum

  14. De pagina stelt dat Maxforce Quantum is bedoeld/ingezet tegen o.a. de zwarte wegmier (Lasius niger) en dat het middel giftig is voor waterorganismen; toepassing moet zó gebeuren dat het niet in oppervlaktewater terechtkomt.

    https://www.alkon.nl/insecticiden/maxforce-quantum

  15. In de bijsluiter/voorschriften staat dat lokaas uitsluitend is toegestaan voor bestrijding van mieren en dat je de lokdoos volgens de voorgeschreven werkwijze gebruikt (o.a. verpakking/openen/locatie).

    https://hg.eu/media/xwobfouh/525002100-doosje-met-eurolock.pdf

  16. CTGB-documenten bevatten toelatingswijzigingen/onderbouwing rondom imidacloprid-producten (incl. doelen als mieren/soortgroepen); dit is relevant om te onderstrepen dat toelatingen specifiek en wettelijk gebonden zijn.

    https://www.ctgb.nl/binaries/ctgb/documenten/besluiten/2023/12/21/samenvatting-collegebesluiten-biociden-20-december-2023/Samenvatting%2Bcollegebesluiten%2B20%2Bdecember%2B2023%2Bbiociden.pdf

  17. Er is een document over Steinernema feltiae/aaltjes tegen mieren met biologische/milieuvriendelijke insteek; de bron positioneert het als debiologische bestrijding en bevat werkings-/toepassingsinfo.

    https://www.biobestrijding.nl/wp-content/uploads/2021/04/3260_aaltjes-mieren_1420-Versie-01-21.pdf

  18. De pagina stelt advies-richtlijnen voor uitzetten in gazon (o.a. dosisindicatie op basis van oppervlakte) en benoemt dat uitzetten het beste werkt wanneer het gazon vochtig is voorafgaand aan uitzetten.

    https://www.aaltjesonline.nl/steinernema-feltiae/

  19. CTGB-vergaderstuk verwijst naar imidacloprid als werkzame stof in mieren-gerelateerde toegelaten toepassingen en naar onderbouwing/aanpassingen rond toelating.

    https://www.ctgb.nl/binaries/ctgb/documenten/vergaderstukken/2022/09/30/verslag-c363-27-juli-2022/C365.I.03a%2BVerslag%2BC363%2Bonline.pdf

  20. De bron beschrijft dat mieren ondergronds bij wortelomgeving luizen verzorgen/beschermen en ze “melken” voor honingdauw, wat de relatie tussen mieren en bladluizen in gazons verklaart.

    https://www.tuinintopvorm.nl/gazon/gazon-mieren/

  21. De pagina beschrijft dat honingdauw een kleverige indicatie is van bladluizen-aanwezigheid.

    https://entocare.nl/pages/bladluis

Volgend artikel

Mieren in gras: oorzaken, schade en wat je vandaag doet

Oorzaken en herkenning van mieren in gras, schade beperken en vandaag aanpakken met preventie voor volgend seizoen.

Mieren in gras: oorzaken, schade en wat je vandaag doet